Interactie voeding en geneesmiddelen

De afdeling diëtetiek valt sinds 1 januari 2016 onder de Paramedische Zorg (PMZ) van het ETZ. In het ETZ is diëtetiek een onderdeel van de medisch-specialistische zorg. In de Artsenwijzer (www.artsenwijzer.info) staat aangegeven bij welke ziektebeelden de diëtist ingeschakeld kan worden.

Er is een nauwe samenwerking tussen diëtetiek en de ziekenhuisapotheek. Voeding en geneesmiddelen kunnen niet los van elkaar gezien worden en kunnen op verschillende manieren een interactie met elkaar geven. In onze dagelijkse praktijk proberen wij dit voor al onze patiënten te bewaken en zo nodig in overleg met voorschrijver of andere zorgverlener danwel de patiënt zelf te interveniëren.

De bekendste interacties tussen voeding en geneesmiddelen zijn:

Farmaceutische of nutriceutische interactie

Dit is een interactie op de zogenaamde fysisch chemische processen nog voordat het geneesmiddel of voedingsmiddel in lichaam is opgenomen. Voorbeeld: een antibioticum dat wordt gegeven aan een patiënt die gevoed wordt middels een sonde. Het antibioticum reageert op de sondevoeding waardoor de werkzaamheid van het antibioticum drastisch achteruit gaat.

Farmacodynamische of nutridynamische interactie

Dit is een interactie op de klinische effecten in het lichaam. Voorbeeld: een antistollingsmiddel werkt minder goed als bijvoorbeeld voeding met een hoge concentratie vitamine K wordt gegeten.

Farmacokinetische of nutrikinetische interactie

Dit is een interactie waarbij het geneesmiddel of voedingsstof minder goed wordt opgenomen of effect heeft (positief of negatief) op de klaring, distributie in het lichaam etc. Voorbeeld: het innemen van Viagra en het gelijktijdig gebruiken van grapefruit zorgt ervoor dat een halve dosering van Viagra al voldoende zou zijn om hetzelfde effect te bereiken.
Zie bijvoorbeeld dit artikel uit de Volkskrant (19-03-2016)

Effecten van geneesmiddelen op de voedingsstatus

Voorbeelden: het chronisch gebruik van bepaalde geneesmiddelen kan invloed hebben op bepaalde elektrolyten, het gebruik van protonpompremmers kan leiden tot hypomagnesemie.

Diverse hulpstoffen, conserveermiddelen, smaakversterkers (E-nummers) die én in de farmaceutische wereld én in de voedselketen gebruikt worden.

Ben je allergisch voor één van deze middelen, dan geldt dat voor de geneesmiddelen maar dus ook voor de voeding.

Bijzondere bijwerkingen van geneesmiddelen die effect hebben op de voedingsstatus dienen ook beter dan voorheen bewaakt te worden.

Voorbeelden daarvan zijn:

- effect op eetlust
- verlies van smaak
- tandvleesproblemen
- verminderde speekselvloed

Deze voorbeelden laten zien op welke gebieden diëtetiek en ziekenhuisapotheek met elkaar samenwerken om de patiëntenzorg te verbeteren.

In de dagelijkse zorg en monitoring worden bovengenoemde aspecten meegenomen om optimale zorg te bieden waar iedere patiënt beter van wordt.

Dit is terug te vinden in diverse protocollen en richtlijnen en bij het Elektronisch Voorschrijfsysteem dat het ETZ hanteert en bij alle handelingen die apotheekmedewerkers en diëtisten verrichten.


ZAMB werkt o.a. voor:

logo Elisabeth Tweesteden ziekenhuis logo Regionaal Ambulance Vervoer logo 2 serve kliniek logo Verbeeten Instituut